Klimaatverwachting

Klimaatverwachting 2026–2126

Hoe kan het klimaat de komende honderd jaar veranderen? Dit overzicht bespreekt hitte, neerslag, sneeuw en kustgebieden, met extra aandacht voor Nederland en België. Klimaatprojecties beschrijven patronen bij verschillende uitstootscenario’s. Ze voorspellen niet of het op een bepaalde dag in 2126 zal regenen.

Klimaatscenario’s

De tabel toont de MONDIAAL gemiddelde opwarming aan het aardoppervlak in 2081–2100 ten opzichte van 1850–1900, volgens IPCC AR6. Dit is de totale verandering sinds die referentieperiode, geen extra opwarming vanaf 2026 en geen temperatuur voor een Nederlandse of Belgische plaats. Iedere bandbreedte hoort bij het genoemde uitstootscenario. Aan deze drie voorbeelden wordt geen kans toegekend dat de samenleving dat scenario volgt; ze omvatten niet alle mogelijke uitkomsten.

Klimaatscenario’s
UitstootscenarioGemiddelde overBeste schattingZeer waarschijnlijke bandbreedte
Lage uitstoot · SSP1-2.62081–2100+1,8°C+1,3 tot +2,4°C
Middelmatige uitstoot · SSP2-4.52081–2100+2,7°C+2,1 tot +3,5°C
Zeer hoge uitstoot · SSP5-8.52081–2100+4,4°C+3,3 tot +5,7°C

Vanaf 2026: de komende 25 jaar

Dit tijdvak helpt bij nadenken over woningen, waterafvoer, hittestress en groen. Natuurlijke schommelingen blijven koude winters en natte of droge zomers veroorzaken binnen een warmer klimaat. Bekijk meerdere modellen en langere perioden samen. Eén berekend jaar legt niet vast wat jouw woonplaats zal meemaken. De historische maandgemiddelden in onze kalender zijn een andere bron en vormen geen voorspelling voor deze toekomstige jaren.

2041–2060: regionale verschillen vergelijken

Rond het midden van de eeuw worden verschillen tussen uitstootscenario’s steeds belangrijker. Regionale onderzoeken voegen informatie over seizoen, bodem, hoogte en kust toe. Een drogere zomer kan nog steeds een zeer zware bui bevatten. Deze beoordelingsperioden overlappen deels met de nabije planningshorizon; het zijn geen afzonderlijke dagelijkse weersverwachtingen.

2081–2100: de tabel juist gebruiken

De waarden zijn mondiale gemiddelden over twintig jaar, met een beste schatting en een zeer waarschijnlijke onzekerheidsmarge. Ze beschrijven geen jaarmaximum en geen lokale verwachting. Minder uitstoot beperkt de opwarming op lange termijn. Het scenario met zeer hoge uitstoot laat een aanzienlijk warmere uitkomst zien, maar is niet automatisch de verwachte toekomst.

2101–2126: geen verzonnen verlenging

De temperatuurtabel stopt bij 2100. We trekken de getallen niet met een rechte lijn door naar 2126. De mondiale gemiddelde zeespiegel blijft nog eeuwen stijgen doordat oceanen en landijs langzaam reageren. Het waterniveau aan een specifieke kust hangt daarnaast af van regionale zeeveranderingen en bodembeweging. Dat gemiddelde is geen overstromingskaart van een straat of wijk.

Wat betekent dit voor Nederland en de buurlanden?

De KNMI’23-scenario’s beschrijven voor Nederland verdere opwarming en zeespiegelstijging, met drogere zomers en nattere winters. Zware buien kunnen tegelijk intensiever worden. De gevolgen verschillen tussen stad, zandgrond, rivierengebied en kust. Verharding, waterbeheer en bodem bepalen mede hoeveel wateroverlast of droogteschade ergens ontstaat.

Voor België laten de KMI-projecties verdere opwarming zien, met toenemende aandacht voor hitte en veranderende neerslagpatronen. De hoeveelheid verandering hangt af van scenario, model en seizoen. Neem een uitkomst voor de kust, een stedelijk gebied of de Ardennen niet zonder meer over voor heel België. Verschillende modellen samen geven meer inzicht in onzekerheid dan één berekening.

Ook Luxemburg, Duitsland en Frankrijk moeten rekening houden met veranderende hitte-, water- en sneeuwomstandigheden. Europese beoordelingen beschrijven onder meer grotere hitterisico’s en afnemende sneeuwbedekking in veel berggebieden. Franse regionale diensten en Duitse klimaatprojecties bieden nadere uitwerking. Vergelijk steeds dezelfde referentieperiode, toekomstperiode en uitstootaanname voordat je cijfers naast elkaar zet.

Vragen over de weerkalender

Kun je het weer honderd jaar vooruit voorspellen?

Nee. Klimaatprojecties beschrijven veranderingen in gemiddelden, variatie en extremen onder bepaalde aannames. Ze geven geen betrouwbare temperatuur of regenhoeveelheid voor een afzonderlijke dag over honderd jaar.

Is het middelste scenario de meest waarschijnlijke toekomst?

Nee, niet omdat het in de middelste rij staat. De scenario’s hangen af van toekomstige uitstoot en maatschappelijke keuzes. De bandbreedtes beschrijven mogelijke klimaatuitkomsten binnen elk scenario, niet de kans dat de samenleving dat scenario volgt.

Bronnen en methode